Koos Kradolfer heeft “de pen” doorgekregen van Luuk Mathot:
Bijna 40 jaar ben ik al nauw verbonden aan ons OSC.
Alweer zo’n dikke 15 jaar verzorg ik het materiaal voor onze vereniging, samen met anderen natuurlijk.
Een paar dingen die ik me met grote vreugde herinner zijn mijn reis naar Engeland met de Didcot Eagles, en, natuurlijk:
het kampioenschap van ons Eerste!
De laatste keer dat we Kampioen werden (2003/2004; red) vond ik echt práchtig.
Met onze jeugd gaat het inmiddels heel erg goed.
Er is altijd een goede opkomst en de leiders werken heel erg goed mee.
Ik bedoel: met het materiaal en zo, want ik kan natuurlijk niet alles meer alleen.
Met de jongens van onze selectie gaat het ook erg goed.
Na afloop een beetje kletsen met elkaar…. en ik drink dan samen met de jongens een borreltje na de training.
De trainer van het Eerste vind ik echt goed, zelfs beter dan vorige trainers.
Erik van Rooij: hij straalt overwicht uit.
Wat hij zegt, dat gebeurt!
Als ik terugkijk in de tijd: vroeger was het toch wel wat gemoedelijker.
Tegenwoordig krijg je zomaar een grote bek, dat is echt waar.
Vroeger was dat toch anders. Als je op een foutje werd gewezen, werd dat geaccepteerd. Klaar!
Ik heb zelf 39 jaar gefloten. Eerst een jaar of zeven voor de KNVB.
Toen kwam ik hier terecht, bij Piet van Westelaken.
Hij zei: “Kom maar bij ons”. Toen ben ik lid geworden.
Toen heb ik lange tijd gefloten, zondags.
Zaterdags ook nog weleens, trouwens.
Maar dat kon niet altijd, want ik was ook grensrechter van C1.
C1-TOP heette dat toen.
Met Rien van Grinsven en Piet van Westelaken.
Maar goed, dat was toen.
Nu is het allemaal wat grover geworden.
Ze accepteren niet zo gemakkelijk meer.
Je krijgt al snel een grote mond terug, of “het zal wel”…
Ik ken natuurlijk een heleboel mensen. Leiders van F1, F2, van de E’s, het zijn allemaal mensen die hier zelf hebben gevoetbald en die ik dus ken.
En ze weten precies wat ze aan mij hebben.
En omdat die leiders mij kennen, valt het met de kinderen uiteindelijk ook heel erg mee: ze nemen graag van de leiders over dat ze mij accepteren en netjes tegen mij doen.
Wat me wel van het hart moet: het is heel erg slecht gesteld met het onderhoud van de kleedkamers. We missen Wil (Wil Lensen; red) toch wel erg.
Natuurlijk helpen de leiders best wel en die zeggen dan: schoenen buiten uitkloppen!
Maar dat gaat dan een paar keer goed…. en dan dus weer niet.
Dat probleem krijg je er blijkbaar bijna niet uit. Het is moeilijk.
Ik weet ook niet hoe je dat nou zou moeten oplossen, de leiders zijn er immers ook al mee bezig, met de jeugd.
Toch een puntje van kritiek: op woensdag-avond zijn de leiders al weg als de jeugd nog in de kleedkamers is. Dat is fout!!
De leiders horen eigenlijk als laatste weg te gaan, juist om controle te houden.
Je mag van mij niet verlangen dat ik zelf dan steeds bij die jeugd naar binnen ga om te zeggen “he, jongens, schiet eens op”.
Toch gaan we met OSC beslist de goede kant op, zowel met de jeugd als met de selectie.
Over twee jaar hebben we gewoon een A en een B, die mogelijkheid zit er in.
Ook dank ik graag de leiders die tegenwoordig zelf heel veel zaken regelen, zoals de vlaggen.
Alleen: het Eerste, he…. die ruimen nooit op. Maar dat begrijp ik ook wel een beetje.
Want ja: die jongens voetballen toch “voor de vereniging”.
En hebben ze gewonnen, dan denken ze er al helemaal niet aan, dan gaan ze terecht een feestje bouwen. En als ze verliezen staat hun hoofd er natuurlijk ook niet naar, maar dat doen ze steeds minder, verliezen!
Dus heb ik voor mezelf gedacht: nou ja, laat maar gaan.
Doe ik de hoekvlaggen en de goals wel.
Thee zetten doe ik uiteraard ook en de leiders halen het ook netjes op.
Alleen voor het Eerste: die breng ik zelf weg.
Na afloop ben ik natuurlijk best wel moe, want op zondag ben ik al wel om 08:45 uur op ons complex.
Ik vind ons Eerste heel erg belangrijk.
Het is het visitekaartje van onze vereniging.
En dat wil ik heel graag koesteren.
En dank je wel Jeroen Beekwilder en Henri Wolfs voor alles wat jullie steeds opnieuw doen om mij te helpen en het allemaal goed te laten lopen. Dat vind ik echt heel belangrijk dat iedereen dat ook mag weten.
Ik geef trouwens de pen door aan een hele goeie: Bertus Coort.
(Koos heeft het artikel niet zelf geschreven, maar aan uw redactie verteld wat hij graag wilde zeggen. Het is dus “spreektaal”; red.)
Reageer